- Hoe het begon


 Wij zitten om de tafel

 sprekend over dingen

 waar geen bewijs voor is,

 maar ons ter harte gaan.

 

In  de cirkel die wij

 om die zielenroerselen sluiten

 tasten wij ze zoekende naar boven,

 door te spreken met de ogen,

 die wij af en verlegen

 even neerslaan,

 

dit gaat diep.

 

Herkenning van vermoedens, vage zekerheden

 die gestoeld zijn op een weten

hecht verankerd in ons mens zijn

zo ontmoeten wij elkaar.

 

 

 

HOE HET BEGON

 

35 jaar geleden schreef ik mijn eerste liedtekst.

dat is het begin geweest van een boeiende reis die steeds weer nieuwe ontwikkelingen en inzichten bracht.

Steeds weer stond ik aan de grenzen van een volgend land.

 

In de tijd van de feminstische theologie verdiepten veel vrouwen zich in  de ( culturele) achtergronden van de bijbel om die zo beter te begrijpen. (Eva’s Lied)

In die tijd begon ik mij af te vragen wat er in de voorchristelijke tijd in onze streken aan godsdienst was. Het was moeilijk  te vinden, maar via de resten die nog altijd door de eeuwen slippen, werd mijn belangstelling gewekt voor symbolen, mythen en de manier waarop die gevierd werden, zowel in de christelijke als in veel oudere, andere culturen. Het zijn manieren om het onbeschrijflijke te benaderen. (Als een boom aan  stromend water)

 

De ontdekking dat de Wijsheid, die tot in de vierde eeuw in Syrie als goddelijk werd aanbeden - de Geest van God als Gods tegenwoordigheid op aarde  zoals in het pinksteroratorium 

‘Aanwezig’ -  heeft mij en vele anderen heel goed gedaan in het weten van nabijheid van het goddelijke.     

 

Door het boek van Rudolf Otto , ‘Das Heilige’ werd voor mij zowel de majesteitelijke, overrompelende kant als de zeer nabije, in de religieuze ervaring steeds duidelijker.  

Sinds die tijd heb ik ook altijd geprobeerd zowel deze aspecten als de beide kanten van het menselijk leven, de goede en de kwade, te benoemen. 

 

Langzamerhand werd het beeld van ‘God’ uit de Bijbel alomvattender en abstracter, werd een kracht, een Aanwezigheid, werd ’Jij’.

 

In de teksten van de drie oratoria  noemen

heb ik geprobeerd de tijdloze thema’s van hoop en nieuwe kansen, dood en leven, Aanwezigheid actueel te houden voor nu.

 

In Liederen voor de toekomst’ en ‘ Teksten voor de Toekomst’  zijn de onder meer de thema’s  wetenschap, it en verstedelijking aan de orde.

Op de site ‘schepping vieren’ staat voor iedere scheppingsdag een lied waarin de evolutie verwerkt is.

 

 

En nu. Einde van de reis?

Nee, weer aan de grenzen van een volgend land.

 

In een tekst in  de rubriek ‘inspiratie’ staat

‘ Een hoofdstuk afgesloten, verlost, bevrijd.

Maar,

‘ Nog altijd dwaalt mijn pen boven blank papier’ 

Dat is nog lang zo gebleven.

Het nieuwe gereedschap was er nog niet. Tot het tot mij doordrong dat ik het oude kon blijven gebruiken: liederen, poezie, het beleven van kunst.  

zingevende verhalen die de mythen zijn en ervaringen van alledag bij het zien en horen van de kunsten.

 

En altijd zal de invalshoek zijn: de verwondering, en soms iets ervaren van het mysterie van Aanwezigheid dat uiteindelijk (verborgen) overal is.

Het wordt weer boeiend. 

 

 

HOE HET BEGON 

Zon op het tafelblad, licht in de bomen,

 papier, dat nog wit, vraagt naar de woorden

 die zeggen wat ons te boven gaat…

 

 …maar die niet komen.

 Samen wachten wij, het papier en ik,

 machteloos grijpen naar waar je niet bij kunt

 verstilling, verstolling, gespannenheid, tot…

 

 ... als door een deur die openwaait

 een vloed van beelden, kleuren, flarden,

 

die taal willen zijn.

 

 Geloof, dat rust in jarenlange zekerheden

 aankleden met verbeelding, fantasie?

 Spelen met beelden?

 

 Mijn hoofd blijft duizelend, dwarrelend gonzen

 van wat toegang vraagt,

 

 het witte papier heeft woorden gekregen

‘Het is als…’

 

 

BEELDEN

 

Toen de beelden mochten komen zong de taal,

 kreeg ritmen, danste, ging wegen naar werelden

 waar ik geen notie van had.

 Ze verdiepten het leven,

 bevrijdden van grenzen,

 voerden naar ruimten

 waar ongrijpbaar, verhuld

 

Aanwezigheid werd ervaren.

 

 

IK WACHT MAAR EN ZOEK MAAR

 

 Ik wacht maar en zoek maar en  kan het niet vinden,

 de kracht, de lyriek van  de taal

 waarmee je de wereld kunt kleden in beelden.

 

Laat je je gaan, dan wordt het te mooi,

 houd je je in, dan wordt het zo kaal.

 Dus doe je maar  niets.....

 

tot een gedachte zich meldt,

 een beeld wordt gezien,

 woorden gaan komen,

het kritisch vermogen op sterkte is.

 

Het is er weer

 

 

 SCHRIJVEN

 

 Stil worden,

 opengaan, wachtend verwoorden

 wat je wilt schrijven.

 

 Gehoorzaam zijn aan  wat verschijnt.

 

 Als het verdwijnt,

 opnieuw proberen.

 

 voelen dat het komen gaat,

 er bijna is,

 je weer ontglipt,

 

 de eerste woorden.

 

 Soms lukt het niet.

 Het lijf, onrustig, wandelt wat rond,

 gaat zitten, probeert weer,

 wetend dat het kan en komt,

 misschien pas de volgende dag

 dat kan worden geschreven 

‘het is als..’

 

 En als het er is, tenslotte,

 een ‘ja’, een zucht, een lach.

 

 

DE NAAM

 

Namen voor Jou, spiegels van onze beelden

 van wat onnoembaar is.

 

 ‘Jij’, die in de kosmos bent,

 in de kleinste levensvormen,

 voor wie het zien wil: tussen mensen, overal.

 

Ik ervaar je zo teder nabij.

 Het is gezegd en geschreven, het is ‘Jij’.

Van eerbied vervuld, van vervulling doortrokken

 is het ‘Jij’ als een wolk zonder einde.

 

‘Jij’, naam die ontspiegelen wil wat wij denken,

 geen persoon, geen systeem, geen leer of idee,

 geen wijzende vinger, geen oordeel dat wacht,

 maar een Zijn waarvan wij ten diepste weten,

 Jij, Aanwezig.

 

 

 en daar begint het denken opnieuw, omcirkelend Die wij willen noemen en wie of wat daarachter.)

 

 

Op gezette tijden voel je dat een visie verder ontwikkeld moet worden, er een hoofdstuk is afgesloten, dan

 

 

 LAATSTE ZIN

 

Laatste zin van laatste tekst,

 laatste punt.

 Een levenshoofdstuk afgesloten.

 

Verlost, bevrijd

 en klaar nu

 voor wat ongevormd nog

 op mij wacht.

 

Laat het komen!

Laat ik gaan.

 

Het blijft stil.

Gedachten die niet kunnen landen,

 geen haven hebben voor een anker

 om opnieuw weer uit te varen

 op nieuwe stromen, op  de wind

 en te vinden…

 

Ingesleten denkpatronen

staan nog in de weg.

Nu nog deze resten ruimen, dan kan ik gaan.

 

 

 

NOG ALTIJD

 

Nog altijd dwaalt mijn pen

 boven blank papier

 

en denk ik aan die jonge indiaan

die niet terug kon naar zijn stam

om op de kale berg te vasten en te waken

 

tot hij zijn visioen ontving dat hem zijn plaats

 in stam en leven geven zou.

 

Daar leed hij aan

 

tot zijn machine, in een fabriekshal vol lawaai,

 een lied voor hem ging zingen om hem zijn plaats te geven

 in dat voor hem ontheemd bestaan.

 

 

Zo stap ik soms, vervreemd, de digitale wereld in,

 - gevoed door energieën zo oud als de planeet -

 

door mensenbrein ontworpen en meer gewoon voor ons

 dan God ooit lijkt geweest,

 

maar God en ziel in al die codes,

 bytes en tekens verdwenen lijkt.

 

Kreeg ik maar als die jonge indiaan

 een spoor waar Jij je daar laat vinden,

 

opdat, sinds de mens bestaat,

 het tastend zoeken naar het Andere

 verteld van mond tot mond, in alle soorten schrift beschreven

 ook in de digitale wereld door zal gaan.

 

 

GELOOF DAT TWIJFEL…

 

Geloof dat twijfel kan verdragen

 bracht en brengt mij keer op keer

 naar een volgend land

 

waar vermoedens,

 nog niet met anderen te delen

 - beetje eenzaamheid -

 tot nieuw inzicht kunnen rijpen

 

Soms  verdwalend in niet-weten,

 blijven zoeken, blijven hopen

 dat de nevel weer verdwijnt,

 tot je weet: weer aangekomen

 in een volgend land.

 

Steeds meer open voor de kennis van het hart,

 waar de wereld die wij kennen

 raakt aan die verborgen blijft,

 waar wij mee verbonden zijn.

 

En de vragen die weer rijzen,

zien als richtingwijzer

naar een  volgend land.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Powered by webXpress